Pas op met erfenissen uit de toekomst

Geplaatst op 20-12-2019

Zowel langstlevende testamenten als de langstlevende regeling die nu in de wet staat, zorgen soms voor onverwachte effecten. Zo ook in een zaak van de Centrale Raad van Beroep waardoor een erfgenaam met terugwerkende kracht een bijstandsuitkering over twaalf jaar moest terugbetalen.

Vader was overleden in 1990 en liet twee erfgenamen achter: zijn echtgenote en zijn dochter. In zijn testament was vastgelegd dat zijn echtgenote tot haar overlijden het vruchtgebruik zou hebben van het vadersdeel. De dochter ontving in 1990 dus niet echt iets uit de erfenis van haar vader.

Vermogen en uitkering
In 2003 krijgt de dochter een bijstandsuitkering. Omdat zij haar vadersdeel niet in bezit heeft, wordt met dat vermogen geen rekening gehouden bij het vaststellen van de hoogte van die uitkering. In 2015 overlijdt de langstlevende en ontvangt de dochter daadwerkelijk haar vadersdeel.

De gemeente vordert daarom van de dochter terugbetaling van de bijstandsuitkeringen die zij sinds 2003 heeft ontvangen. De reden daarvoor is dat zij nu met terugwerkende kracht vermogen bezit. Het is alsof zij haar vadersdeel al in 1990 in handen had gekregen.

De dochter is het daar niet mee eens. Volgens haar heeft zij pas na het overlijden van haar moeder in 2015 haar vadersdeel ontvangen.

Jaar van overlijden
De rechters oordelen anders. Het gaat niet om het moment van ontvangst van de erfenis, maar vanaf wanneer de dochter hierop aanspraak kon maken. Niet het jaar van overlijden van de langstlevende maar het jaar van overlijden van de eerststervende is beslissend.

Bron: Telegraaf.nl