Buitenechtelijke zoon moet halve erfenis aan Belastingdienst geven

Geplaatst op 14-01-2021

AMSTERDAM - Je kunt na jaren nog aanspraak maken op een erfenis, maar dan betaal je daar wel de belasting over die je op het moment van overlijden zou hebben moeten betalen. Ook als de beurswaarde van die erfenis inmiddels grotendeels is verdampt.

Dat bevestigt het gerechtshof in Amsterdam in een zaak van een buitenechtelijke zoon die in 2014, zes jaar na het overlijden van vader, alsnog recht kreeg op een deel van de erfenis.

Erfenis
De vader liet in 2008 ruim €3,8 miljoen na aan zijn vrouw en dochter. Toen de man aantoonde ook een zoon te zijn, kreeg hij ook recht op een derde van de erfenis: €1.292.009. De weduwe en dochter moesten dus elk ruim zes ton bij hem inleveren.

Een deel van de erfenis bestond echter uit aandelen. In de periode tussen 2008 en 2014, de jaren van de kredietcrisis, daalden die flink in waarde. Uiteindelijk kreeg de man een erfenis van €554.729.

Belastingaanslag
2016 kreeg hij echter van de belastinginspecteur een navordering van €286.416: meer dan de helft van zijn werkelijke erfenis. Die navordering was gebaseerd op de waarde van de erfenis in 2008: toen dus nog bijna 1,3 miljoen.

Intussen krijgen de weduwe en de dochter juist een deel van hun betaalde erfbelasting terug, omdat zij de erfenis deels moesten inleveren bij de buitenechtelijke zoon. De weduwe kreeg €1261 terug en de dochter €175.682.

Hoger beroep
De man maakt bezwaar tegen de aanslag, spant een rechtszaak aan en gaat in hoger beroep. Het helpt hem allemaal niet. Bij het bepalen van de erfbelasting geldt nou eenmaal de waarde van de erfenis op het tijdstip van overlijden. En dat de man die aanslag pas jaren later kreeg, toen de erfenis in waarde was verminderd, komt voor zijn eigen risico.

Het valt de belastinginspecteur niet te verwijten dat die pas jaren later een navordering heeft gestuurd, vindt het hof. De fiscus kon ook niet weten dat er nog een buitenechtelijk kind zou opduiken. De navorderingsaanslag blijft dus staan.

Bron: Telegraaf